Lezing informatiekundig meesterschap op onze gildedag


Op 2 juli 2026 hadden wij een klantendag, of beter gezegd, gildedag. Een dag in het teken van informatiekundig meesterschap. Locatie: ons mooie Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. We lieten ook zien hoe Saar hierbij als gereedschap kan helpen. Onderstaand de lezing die Ilona Pullens, onze directeur en informatiemanager ter inleiding gaf.

Goedemorgen allemaal.

Verderop staat een smederij. Stel je nu eens voor dat je daar straks naar binnen loopt. Achter het aambeeld staat iemand. Je stelt een paar geïnteresseerde vragen, waarmee je constateert: hè, die persoon lijkt eigenlijk helemaal niet bevlogen. Wat opvallend …….. Is hij wel een echte smid? Hij geeft je geen vertrouwen. Je schakelt hem vast niet snel in.

Hoe zit dat met vertrouwen in ons vak, informatiekunde? Leren wij bevlogen en trots te zijn op ons vak, zodat onze klanten vertrouwen in ons hebben en houden? Want ja, we krijgen best wel vaak te horen ….. alles met ICT loopt altijd uit ……

Wie van ons heeft het vak informatiekunde echt geleerd? Er is immers geen gilde, geen ambachtsschool, er is geen werkbank om aan te oefenen. Natuurlijk zijn er allerlei soorten studies, opleidingen en cursussen. Die zijn goed, maar of je daar het vak leert, ik vraag het mij af……

Wat volgens mij voor iedereen helder is, is dat ons vak en dan vooral het materiaal waar we mee werken, vrij ongrijpbaar is. IJzer is tastbaar, informatie onzichtbaar. En volgens mij lijkt ons vak mede daarom voor velen vaag en onduidelijk.

Onlangs las ik een boek van een echt vakman, de schrijver Godfried Bomans: Wandelingen door Rome. Godfried woonde bijna een jaar in Rome (1953 – 1954). Hij beschrijft in dit boek zijn ervaringen van zijn wandelingen. Een aanrader, ook al is het boek oud.

Godfried schrijft op enig moment over een congres dat hij bezoekt:

een congres zonder debat is voor mij een verloren zaak

En of we vandaag een debat krijgen? Ik hoop het, laten we in ieder geval een goed gesprek hebben! Want samen, als vakmensen onder elkaar discussiëren en elkaars beelden en gedachten leren kennen, maakt dat we samen leren. En vooral dan heeft deze bijeenkomst voor iedereen waarde.

Hopelijk doen jullie mee?!

Als functioneel beheerders en informatiemanagers zijn wij vakmensen. En als zorgmedewerker is het fijn als je ons vak goed begrijpt, zodat je tijdig een beroep kunt doen op deze vakmensen. Dus fijn dat jullie er allemaal zijn.

Als vakmensen hebben we minimaal drie dingen nodig: we kennen ons materiaal uitmuntend, we beheersen onze methode tot in detail, en, we hebben het juiste en adequate gereedschap.

Materiaal, methode, gereedschap: daarover gaan we het vandaag hebben. Want wat ons betreft is dit ‘…..’ geen gewone klantendag, maar is het onze eerste gildebijeenkomst.

Ons materiaal: gegevens, verwerkt in applicaties

De smid waar ik net over sprak, heeft het best makkelijk. Iedereen heeft een beeld bij ijzer: het is concreet, tastbaar en zichtbaar. En dat is voor ons vak anders.

Wanneer we spreken over 'informatie', heeft iedereen daar een ander beeld bij. Wat we dan meestal hebben, zijn gegevens. Losse gegevens. Gegevens zonder definitie, zonder context, zonder duiding. En dat is geen informatie.

Gegevens worden in een bepaalde context informatie, die gebundeld kan worden tot kennis. En door die kennis toe te passen, krijgt iets betekenis. Wil je elkaar goed begrijpen dan moeten we aan de basis beginnen, goed met elkaar helder hebben wat we onder welke gegevens exact verstaan. Helemaal als we gegevens elektronisch uitwisselen. Gezamenlijke definities hebben we dus nodig. Die we ook allemaal gebruiken, in heel Nederland; in de wereld, als het even kan. We moeten ook exact weten waar gegevens 'over gaan' (cliënten, medewerkers), van welke datum ze zijn, wie ze heeft vastgelegd, en bovenal: zeker weten dat ze juist zijn.

Dit alles is al een vak, een ambacht op zich.

Als voorbeeld een cliënt die verhuist van zijn eigen huis met wijkverpleging naar een verpleeghuis. Een warme en effectieve overdracht is gewenst. Dat klinkt eenvoudig. En als 2 professionals vanuit verschillende organisaties elkaar kennen, is dat ook zo.

Dat is echt anders als die overdracht elektronisch plaatsvindt. Daar hebben we de informatiestandaard eOverdracht voor, ontstaan zo rond 2011-2012. Door de elektronische overdracht van gegevens besparen we met elkaar, en vooral verpleegkundigen, veel tijd. Maar helaas, we hebben dit tot op heden nog steeds niet voor elkaar.

Een ander voorbeeld, de zorginformatiebouwsteen (zib) Allergie. Bij de ene organisatie kun je hier kiezen uit vier opties - licht, matig, ernstig, fataal. De andere organisatie heeft er vijf, daar zit ook nog 'matig ernstig' tussen. De informatiestandaard schrijft nu 4 opties voor, eenvoudig toch, zou je zeggen? Maar ja, niet iedereen houdt zich hieraan, ook de softwareleveranciers niet.

Kortom, we moeten zorgen dat de juiste gegevens er echt zijn en kloppen, zodat er iets stroomt dat geen rotzooi is. En naarmate we gegevens frequenter en op grotere schaal met meer organisaties uitwisselen, wordt die uitdaging alleen maar groter. Daar zitten we nu middenin.

En dus is er werk aan de winkel.

Eén van de grootste uitdagingen die we met elkaar hebben, is dat we eigenwijs zijn, en dat geldt voor alle betrokken partijen. We willen zeker graag standaarden, als het maar wel onze standaard is. En daar moeten we vanaf!

En we kunnen meer discipline opbrengen, individueel en met elkaar. Goed dingen uitwerken, en dan hoeven we niet laatdunkend te spreken over de koninklijke route, want we willen toch met elkaar degelijk, en bovenal deugdelijk ons werk doen?!

Wat ons betreft hoort ook bij dit ambacht: consequent gedrag, goed beheer en continu onderhoud, wat geen eenmalige actie is.

Zoals de smid zijn ijzer leest, zo moeten wij gegevens lezen en in hun kielzog applicaties. We moeten ons materiaal expliciet kennen en gepast, met kennis van zaken, behandelen. Dat is niet puur technisch werk. Dat is functioneel vakwerk.

En vakwerk vraagt om een manier van werken die niet bij elke vraag opnieuw bedacht wordt. Het vraagt om een vakkundige werkwijze, een expliciete en daarmee overdraagbare methode.

Materiaal, methode, gereedschap.

Onze methode

We denken misschien dat ons werk nieuw is. Maar dat is natuurlijk niet zo. Al sinds we het schrijven hebben uitgevonden, verwerken we gegevens. De smid, daar hebben we hem weer, smeedt zijn ijzer op een manier waarvan de essentie honderden jaren geleden al klopte.

En dat is waar het bij ons een beetje wringt.

Bij ons lijkt het net alsof we telkens iets heel nieuws moeten uitvinden. En deels is dat zo, want we leggen gegevens anders vast, de hoeveelheid neemt hand over hand toe, de verwerking is geheel anders. Maar de essentie van wat gegevens zijn en dat ze eenduidig moeten zijn, is niet anders.

Ik las, daar ga ik weer, wederom een stukje van Bomans, in datzelfde boek. Hij beschrijft een gesprek met een oude tuinman, een man die zijn vak verstaat. En die tuinman zegt iets wat ik zo toepasselijk vond, dat ik het hier met jullie deel:

'U wilt iets nieuws horen. Maar we moeten eerst de oude waarheden vinden. Het nieuwe komt vanzelf. Zoek er niet naar. Het gaat om de oude stam. De loten groeien later.'

De oude stam, wat is dat voor ons informatiekundigen? We werken al duizenden jaren met gegevens; het schrift ontstond immers zo tussen 3400 en 3200 voor Christus. Lang voordat er computers waren, ja zelfs lang voordat er papier was. De zuster bij de solex voor het Groene Kruisgebouw schreef haar bevindingen op in een schrift, kende al haar patiënten bij naam en toenaam, en droeg dat over aan de dokter en de jonge zusters.

Dit is de kern van de verpleegkundige, en die is onveranderd gebleven: begrijpen, vastleggen, gebruiken, overdragen. Daarom moeten we als informatiekundigen de gegevens in een context nog altijd als vertrekpunt nemen. Applicaties en koppelingen zijn slechts hulpmiddelen, ten dienste van de gebruikers, die de juiste gegevens nodig hebben, op het juiste moment, op de juiste plaats. Je kunt niet acteren zonder, ook niet in de zorg.

Maar door steeds meer applicaties en technologie is het bewaken van onze gegevens steeds complexer geworden. AI Act, NEN 7510, Wegiz, DIZRA: allemaal loten die aan de stam, de gegevens, zijn gegroeid. We moeten de loten niet als het allerbelangrijkste gaan zien, en de stam niet uit het oog verliezen.

Daarom hebben we een methode nodig die ons gestructureerd helpt. Wij hebben dit gevonden in USM, universeel service management. USM is integraal, het verbetert continu, het bouwt voort op wat er al is. En het helpt om kennis expliciet te maken.

Door te werken op basis van USM, laten we de loten groeien en durven we ook te snoeien. De loten laten de stam groeien, maken hem stabieler. De stam moet altijd blijven bestaan. Zo kijken wij naar vakmanschap: weten waar je naartoe wilt groeien, laten groeien, en vervolgens ook snoeien.

En dat betekent dat we nooit klaar zijn, dat we door moeten gaan met het goede te doen met het materiaal. Ons materiaal tot in detail kennen en doorgronden.

Zo werkt onze methode: consequent, eenduidig, gericht op de stam, met scherp oog voor de loten.

Alles wat verkeerd is, gaat gemakkelijk. Alles wat goed is, kost moeite.

Precies, van Bomans.

Materiaal, methode, gereedschap.

Ons gereedschap

Om te werken hebben wij gereedschap nodig.

De smid in de smederij heeft een indrukwekkende werkplaats. Daarin heeft hij niet één, maar ontelbare hulpmiddelen. Het hangt er vol mee.

Zo'n 16 jaar geleden ging er bij mij wat knagen. Willen we een informatiekundig meester zijn, voor onszelf, maar bovenal voor al onze klanten, dan hebben wij ook goed en slim gereedschap nodig. Office of Google alleen hielp ons daar niet bij. We wilden ook onze kennis effectief kunnen hergebruiken en delen met onze klanten. We wilden een effectieve werkplaats met goed gereedschap.

En daarom hebben wij Saar gebouwd.

Saar is de werkplaats met werkbank voor de informatiekundige. Eén plek waar je informatiehuishouding samenkomt. Applicaties, koppelingen, gegevens, processen, rollen, certificaten, overeenkomsten. Als beheerde items die met elkaar samenhangen en elkaar aanvullen, zoals alle onderdelen in een goed georganiseerde werkplaats.

Dat klinkt eenvoudig. En zo ziet Saar er hopelijk nu uit. Saar als iets heel nieuws ontwerpen was dat zeker niet. In het huidige Saar zit jaren denk- en puzzelwerk.

Saar als gereedschap staat niet alleen. Saar en USM passen bij elkaar. USM is onze manier van werken, waarbij Saar veelvuldig wordt ingezet. Zo borgen we een bepaalde kwaliteit van werk en is het resultaat herkenbaar voor iedereen die er mee moet werken.

Wat ik mooi vind aan een werkbank in een werkplaats, is dat een vakman geen uitleg nodig heeft. Die gaat erachter staan en gaat aan het werk.

Zo willen we dat Saar voor de vakman ook werkt. Saar in basis is niet complex, maar een informatiehuishouding, met vele bomen en loten, is dat wel. Saar helpt door de bomen het bos weer te zien.

Onze boodschap: om vakwerk te leveren, heb je professioneel gereedschap nodig. En ja, Saar is dat.

Materiaal, methode, gereedschap.

Nog even terug naar materiaal: gegevens verwerkt in applicaties.

Als functioneel beheerder denken we in processen en applicaties en dat is goed. Je ondersteunt de gebruikers, je werkt mee aan elke nieuwe versie. Dat is je vak, je bent er goed in. En dat moet zeker zo blijven.

Daarnaast moeten we ook nog meer oog krijgen voor de gegevens die we in die applicaties verwerken. Want de wereld verandert continu. Applicaties worden specifieker of juist omvangrijker, gegevens worden steeds meer hergebruikt en stromen door al die applicaties heen. Daardoor kun je gegevens steeds makkelijker ook losgekoppeld zien van applicaties.

Gegevens bewegen zich niet alleen tussen applicaties, maar ook tussen organisaties en door netwerken heen. En dat betekent dat het werk van de functioneel beheerder in toenemende mate aan het verschuiven is. Van functioneel beheerder ook naar beheerder, of hoeder, van gegevens die door applicaties heen stromen.

En hier zit een valkuil. Want heb je als functioneel beheerder ook expliciet de rol data-beheerder? Of beleggen jullie die rol elders en ga je intensief samenwerken met data-eigenaren en data-beheerders? Hoe dan ook moeten die rollen rondom gegevens expliciet benoemd en belegd worden.

En, zo is onze stellige overtuiging, je moet steeds meer als functioneel beheerder nog veel breder gaan kijken, naar de applicaties in hun hele context. Binnen en buiten je eigen organisatie.

Daarom is informatiekundig meesterschap ook teamwerk. Een functioneel beheerder die het overzicht heeft en de details kent, een informatiemanager die de samenhang bewaakt, een data-eigenaar die de definities bepaalt, een functionaris gegevensbescherming die de kaders kent. En ja, ook de verpleegkundige, de behandelaar, de arts: zij moeten weten dat achter de heldere overzichtjes op hun scherm een vak schuilgaat dat aandacht en zorg vraagt. Dat het simpel lijkt, betekent niet dat het simpel is. Ik noemde het al eerder: alles wat goed is, kost moeite.

Dat is wat we bedoelen met informatiekundig meesterschap. Niet een persoon die alles weet. Maar een gilde van vakmensen die in samenhang werken in en aan dezelfde informatiehuishouding, in dezelfde werkplaats, die elkaar versterken. Ieder vanuit een eigen rol, met een eigen verantwoordelijkheid, maar met één gedeeld doel: de boom gezond houden, de stam recht, de loten dragend.

En hoe dat er in de praktijk uitziet, dat laten we jullie zo zien.

Maar voor ik het stokje doorgeef, wil ik nog één ding aan jullie voorleggen. Iets wat ik graag vandaag met elkaar zou willen afspreken.

Er zijn ontzettend veel ontwikkelingen. Veel meer dan ooit lijkt het wel. Wegiz, AI Act, NEN 7510, eOverdracht, PZP, NIS2, FAIR, DIZRA, GIS (gezondheidsinformatiestelsel), secundair datagebruik, netwerkzorg — en er komt morgen weer iets nieuws bij. We kunnen dat niet meer individueel volgen. Geen van ons. Het is niet meer te doen om in je eentje, en ook niet met één organisatie, op alle fronten meester te zijn. Dat is geen tekortkoming. Dat is gewoon de realiteit van ons vak vandaag.

En toch wordt het van ons verwacht. We moeten dit alles op orde hebben. We moeten kunnen aantonen dat we voldoen. Dat de datakwaliteit op orde is. We moeten antwoorden geven op vragen die gisteren nog niet bestonden.

En dat lukt alleen als we het samen doen ……..

Daarom is dit, voor ons, geen klantendag. Zoals ik al eerder zei: dit is onze eerste gildebijeenkomst. Maar laat het niet bij vandaag blijven. Laten we deze dag gebruiken om iets in beweging te zetten dat vanaf vandaag doorgaat. Dat we elkaar opzoeken. Dat we elkaars meesterschap delen. Dat we onze kennis en kunde bij elkaar leggen — niet vanuit politiek, niet vanuit eigenbelang, maar vanuit inhoud. Vanuit ons vak.

Want zo kunnen we, met de schaarse capaciteit die we hebben, het meeste bereiken voor de zorg waar wij ons allemaal aan verbonden hebben. Inhoud gedreven. Vakgenoten onderling. Een gilde dat zichzelf in stand houdt door elkaar te blijven opzoeken.

Mijn vraag aan jullie: laat deze eerste gildebijeenkomst niet de enige zijn. Laten we hem het begin maken van iets dat blijft.

Dank voor jullie aandacht.